27 januari 2011

Wereldse Plannen - VIII [visum]

Het zou allemaal niet makkelijk zijn, dat aanvragen van een visum. We zouden dagen, zo niet weken in onzekerheid leven, overgeleverd aan de grillen van de Indiase ambassade. Mannen met grote snorren zouden zich in een stoffig kamertje buigen over onze aanvraag. Ze zouden hoofdschuddend de namen van onze vaders lezen, hun wenkbrauwen optrekken bij het lezen van onze beroepen en schuin kijken naar onze bankafschriften. Dan zouden ze gaan overleggen. Lang en uitvoerig. Tussendoor zouden ze de regels aanpassen, ons vragen om aanvullende vingerafdrukken en stukjes haar. Dan zouden ze dagen wachten en het formulier terugsturen omdat we een komma schreven op de plek waar een punt moest staan, of omdat het kruisje niet precies binnen de lijnen van het hokje gezet zou zijn. Er zouden weer onrustige dagen volgen, waarbij we 's nachts zwetend wakker zouden worden met de angst te worden opgepakt en vastgeketend te worden in een Indiase cel. Onze ouders zouden naar Den Haag moeten afreizen om ons vrij te krijgen en tegen de tijd dat het gelukt zou zijn, zou ons visum alweer verlopen zijn en zouden we opnieuw moeten beginnen.

Maar toen bleek het gewoon allemaal mee te vallen. We lieten de ANWB de formulieren opsturen, konden online onze status bekijken en binnen een paar dagen hadden we onze paspoorten bestempeld terug. De visa van Nepal en Australiƫ waren nog makkelijker: respectievelijk langskomen op kantoor in Amsterdam en tien minuten later met visum naar buiten lopen en een online afhandeling die alle bij elkaar minder dan een kwartier duurde.

Maar ja, dat is natuurlijk helemaal niet leuk om over te schrijven...