03 februari 2011

Wereldse Plannen - IX [verhuizing]

I Like To Move It, Move It!

Debuteren op zulk een gerenomeerde BLOG als deze is natuurlijk geen kinjersjpel, zoals ze dat net ten zuiden van Venlo zouden zeggen. In Venlo zelf zeggen we gewoon kinderspel, maar dan met een accent dat vaak wordt geassocieerd met puddingreclames, heel gek. Maar ik ga toch maar eens een poging tot een literaire bijdrage doen, hopende dat het scherpe en immer kritische publiek mij niet genadeloos aan zijn of haar taalkundige degens zal rijgen. Enjoy!

Nick: “Nien! Ik heb hier een doos met rode plastic bakjes met witte stipjes erop, mogen daar ook de rode aardewerk kommetjes met witte stipjes bij?”

Nienke: “Nee, die horen in doos 16 vak 04-A/W, de doos met rood aardewerk met witte accenten.”

Juist, verhuizen. Als je maar 23 kilootjes mag meenemen in een enkele tas dan moet je toch wat met die drie ton andere spullen die je over de jaren (of in Nienkes geval 5 maanden) in je huis hebt verzameld. En dat moet natuurlijk wel georganiseerd gebeuren. Ach, dit was inmiddels mijn zoveelste keer dat ik dat wankele ladenkastje met die koffievlek uit 2004 mocht ledigen. Ik zou het bijna een routineklusje noemen.
Het scheelde dat we in de aanlooptijd naar deze transitie, die haast apocalyptische proporties begint aan te nemen, al veelvuldig met een auto op en neer waren gereden. We bedachten dat daardoor voor onze ouders de berg met ‘gratis spullen te leen’ iets minder impact zou hebben: “Hier mam, een mooie vijfde en zesde lasagneschaal, leuk he? Wel schoon terug geven asjeblieft!”.

Al met al verliep het weekend zelf bijzonder soepeltjes. Bakkie gehuurd, autootje d’r voor, stortplaatsje op, achteruit vakparkeren schuin tegen een helling met aanhangerrrrrrCRAP! Ik blijk nog niet geschikt voor het manouvreren van een vehikel met zes wielen met een trekhaak ertussen. Onder toeziend oog van zeven Van Nelle-driekwart rokende, praktisch ingestelde werklui werd onze auto nog net niet achter de inhoud van onze aanhanger de container in geslingerd. “Kan dat raam niet open? Das k*t!” Aldus mijn tijdelijke rij-instructeur.

Maar nu alle spullen een nieuwe bestemming hebben gevonden, is voor ons het leven uit een tas al praktisch begonnen. De eerste rustplek betreft een van alle voorzieningen voorziene zolderkamer met verwarming en bescheiden dakraam. ’s Ochtends is er een ontbijtbuffet met cereals, brood en verse koffie en thee. Het etablissement beschikt verder over een woonkamer die wordt bevolkt door enkele katten en een gepensioneerde opzichter en een winterse tuin. Het geheel ligt op loopafstand van de metro met een directe aansluiting naar het Centraal Station en een kleinschalig winkelcentrum.

Ach, we vermaken ons zo wel. Dit weekend wordt het tijd voor een traditioneel boerenfeest in het zuiden van dit nu al indrukwekkende land. Maar daarvoor zullen we eerst 200 kilometer moeten afzakken. Eens kijken hoe de overnachtingsmogelijkheden ons daar gaan bevallen.