22 april 2011

Nepal - Chitwan National Park

We hebben twee dagen nodig gehad om ons na de trektocht (verhaal van Nick volgt later!) weer een beetje te fatsoeneren. Denk aan grondig tandenpoetsen, flossen, mondwateren, voeten schrobben, douchen, haren wassen, scheren (natuurlijk Nienke haar baard en Nick zijn benen, voordat iemand de grap maakt), nagels knippen, smeren met allerhande crèmes en spuiten met zo mogelijk nog meer geurige spuitsels. En dat iets van drie keer. Nee, de Himalaya's zijn geen gebergte dat je in de koude kleren gaat zitten.
Onze kleren, nu we het er toch over hebben, moesten we trouwens vervoeren in een afgesloten, loden zak met zo'n radioactief-teken erop, want als we de geuren die er vanaf kwamen aan de buitenlucht hadden blootgesteld zouden wij in de krant hebben gestaan in plaats van die Japanners. Toen we onze was terugkregen, leek het ook wel alsof het wasvrouwtje haar complete voorraad wasmiddel (en die van zes aaneengesloten dorpen) in de machine geflikkerd had. We hebben nog een week naar citroenen geroken.
Net toen we vonden dat we er weer toonbaar genoeg uitzagen en we de eerste voorzichtige stapjes buiten durfden te zetten, werden we gegrepen door het mannetje van het tourbureautje van het hotel. Of we niet leuk drie dagen door de jungle wilde lopen. Nee, want daar zouden we geen vieze voeten van krijgen.
Maar omdat we op ons afscheidsfeestje een enorme envelop met centen hadden gekregen van bijna de gehele Venloosche bevolking (een prachtig bedrag waar we 'iets leuks' mee moesten doen met als enige voorwaarde dat we er niet stiekem twee weken lang bami van gingen zitten eten), besloten we dat het tijd was die troef in te zetten. En dus zaten we een dag later weer zes uur in een bus.
Het ging deze keer wel om een bus waar regelmatig de lokale bevolking het werk voor staakte op het moment dat we langs denderden. Een enorme touringcar (genaamd de 'Green Line'), waar we zowaar in zijn totaliteit in de stoelen pasten, we complementaire flessen water kregen én we zelfs een stop maakten om aan het brunch-buffet aan te sluiten. Lekker elitair dus!
Jammer was wel dat de wegen in Nepal nog steeds gewoon gemaakt bleken te zijn van een mengeling aan (wij vermoeden) kapotgeslagen serviesgoed, oud kinderspeelgoed en koeienpoep, dus om de meter vlogen we met hoge snelheid door een kuil en kwamen we een eindje los uit onze stoelen.

Het Chitwan National Park is het eerste nationale park in Nepal (1973) en staat zelfs sinds '84 op de Werelderfgoed lijst. Dit laatste zal wel iets te maken hebben gehad met een gebied van ruim 900 vierkante kilometer gevuld met sappige neushoorns, blitse beren en tijgers met moderne patroontjes, waar een iets te enthousiaste koning met de tong uit de mond als een malle achteraan begon te rennen met zijn geweer. Van de 800 neushoorns die er in 1950 nog waren, waren er namelijk tien jaar later nog maar 95 over. Geen idee hoe dat toch kon… en ondertussen stond het hele paleis vol met bijzonder gevormde paraplubakken en hippe kleedjes met hoofden voor de open haard.
Het is haast een wonder te noemen dat we op zo'n groot gebied überhaupt nog een wild beest gezien hebben, maar we hadden tijdens onze eerste 'jungle walk' al gelijk beet. Heel even hadden we het idee dat we grandioos in de maling werden genomen. De twee parkwachters die, compleet in camouflagepak gekleed en gewapend met grote stokken, voor ons uit liepen, stopten bij ieder klein geluidje en keken ons vervolgens aan met een blik alsof we op het punt stonden bij de kruin te worden gegrepen, de lucht in geslingerd en te worden verscheurd door een hongerige Tyrannosaurus Rex.
Ze gaven ons op fluistertoon instructies wat we precies moesten doen bij elk van de wilde dieren die we tegen zouden kunnen komen. Bij een ontmoeting met een 'sloth bear' (wij noemen dit een 'lippenbeer', het is een soort bruine beer met een lange, lichte neus) moesten we allemaal in een groepje gaan staan en doen alsof we één grote beer waren. Net alsof die beer dat gelooft. De sloth bear staat erom bekend een van de weinige diersoorten te zijn die ook zonder al teveel uitlokking al in de aanval gaat. Omdat wij een vrij irritant Duits stel in ons groepje hadden lopen schatten we onze kansen al niet zo hoog in. (Serieus die twee, het eerste dat ze ons vroegen was of het wel veilig was om de thee te drinken en ze hadden hun eigen watermeloen (ja, WATERMELOEN) meegenomen omdat ze niets meer durfden te eten na een iets te pittig gevallen maaltijd. Toen we de wandeling begonnen verscheen de vrouwelijke helft in werkelijk de meest knalrode outfit die je maar kunt bedenken. De dieren moeten zich gek gelachen hebben.
Zeker als ze de rest van de tips van de parkwachters gehoord zouden hebben. Bij de ontmoeting met een tijger was het volgens hen het beste om langzaam achteruit te lopen (ik dacht altijd dat het bij het identificeren handiger was als ze nog je gezicht hadden, maar kennelijk loop ik achter op die informatie) en bij het zien van een neushoorn konden we maar beter in een boom klimmen. Enig nadeel was dan wel weer dat als je een beer én een neushoorn op het zelfde moment tegen zou komen het in de praktijk lastig blijkt een groepje personen te vormen op drie meter boven de grond. En daarbij schijnen de beren ook goed te kunnen klimmen. Uitzichtloos dus.
Toen hij klaar was met vertellen verschoot zijn gezicht en zagen een seconde later achter elkaar de bruine vacht van een beer tussen het gebladerte nog geen tien meter voor ons en vlak daarna rende er met volle vaart een tweetal neushoorns door de struiken.
'Ohja', zei de gids toen we van spanning uit zaten te hijgen in een enorme, omgevallen boom. 'Het is helemaal geen goed teken als je twee neushoorns tegenkomen, want dit waren namelijk mannetjes en als die gaan vechten samen, dan wil je hier niet zijn'.
En dan komt het moment dat hij zegt 'dat het wel weer veilig is' en je uit je –relatief- veilige boom naar beneden moet en te voet, al fluisterend nog een half uur door het bos moet lopen. Bij elk krakje sprongen we half op, ons wel een beetje afvragen of de schimmen die we even ervoor zagen niet gewoon een van de andere parkwachters met een berenvelletje om geweest was.
Toen we na een kwartier lopen bij een grote rivier aankwamen, wisten we gelijk dat wat we net gezien dachten te hebben toch wel degelijk echt geweest was, want midden in de rivier zagen we overduidelijk een dikke, tevreden neushoorn een bad nemen. Zou je vroeger nog het geluid van tientalle geweren gehoord hebben, het enige dat wij schoten waren plaatjes…. Heeeeeel veel plaatjes.


Op de tweede dag begonnen we –nog voor het ontbijt- met een ritje op een olifant, waar we ook al snel een enorme neushoorn tegenkwamen. Toch een stuk rustiger kijken als je een paar meter boven de grond zit!
Onze band met de olifanten werd die middag nog een keer extra versterkt, toen we mochten langskomen bij het 'elephant bathing'. De berijders van de enorme tientonners reden ze rechtstreeks de rivier in en riepen vanaf daar wie er zin had om even naar ze toe te zwemmen. Juist. Omdat we wel doorhadden dat dit één van die activiteiten was die je nooit meer van je leven zult doen, gooien we onze lichte angst onder water verpletterd te worden overboord en doken we het water in. Na een halve circusact zaten we dan toch echt op de nek van een olifant en bleken wij degenen die gebadderd werden in plaats van de dieren zelf.
Het eind van de middag werd besteed aan het rijden met een grote jeep door een ander deel van het park. De groepen voor ons hadden maarliefst 14 neushoorns gezien, dus wij hoopten wel stiekem op een soortgelijk aantal. Met een score van 10 neushoorns, waaronder twee keer een moeder met jong en daarnaast apen, herten en tientalle vogelsoorten, waren wij dan ook prima tevreden.
Na een prachtige zonsondergang werden we nog getrakteerd op een voorstelling van de plaatselijke bevolking, de 'Tharu'. De jongens waren in het wit gekleed en deden een snelle dans met stokken die ze ritmisch op elkaar sloegen. De splinters vlogen in het rond en er was zelfs één jongen die als taak had achter elkaar de doormidden geslagen stokken te vervangen voor nieuwe. Na afloop was er waarschijnlijk ook één die de doormidden geslagen handjes verving.


Vlak voordat we de douche instapten om het grote schrobritueel waarmee we deze trip begonnen waren te herhalen, bedachten we ons dat het waarschijnlijk weer net zoveel zin zou hebben. Onze volgende stop is Kathmandu, een van de smerigste steden van heel Nepal. We hielden het dus maar bij een korte douchebeurt en troostten ons met de gedachten dat we over een week weer zouden vertrekken naar de beschaafde wereld.
In Sydney geen bergen van 4000 meter, geen loslopende koeien in de stad, apen in de bomen en mensen die je de hele dag aanspreken of met je op de foto willen, geen wilde neushoorns, een boom inklimmen omdat er een beer achter je aanzit en ritjes op zwemmende olifanten…
…ah, misschien dat we er toch nog maar even van moeten genieten, we zullen het waarschijnlijk allemaal gaan missen straks. 


Chitwan National Park - Jungle Safari Lodge Chitwan National Park - Jungle Safari Lodge
Onze Jungle Lodge en het dagprogramma


Chitwan National Park (Hiding for Bears) Chitwan National Park Jungle Walk
De boom in - Rood is GEEN camouflagekleur!


Chitwan National Park Jungle Walk
Daar is ie dan toch!

Chitwan National Park - Elephant Riding
Zo zagen we de meeste dieren

Chitwan National Park - Tiger Footprint
Zou deze dan toch ook echt zijn??


Chitwan National Park - Elephant Ride
Vanaf de rug van een olifant is neushoorns spotten een stuk minder eng!



Chitwan National Park - Elephant Bathing Chitwan National Park - Elephant Bathing Chitwan National Park - Elephant Bathing
Lekker douchen (en daarna nog eens... en nog eens...)



Chitwan National Park - Jeep Safari

Chitwan National Park - Jeep Safari
Vanuit de Jeep: neushoorn met jong!

Chitwan National Park - Tharu Stick Dance
Het lijkt de Matrix wel!

Chitwan National Park - Sunset Chitwan National Park - Sunset Chitwan National Park - Sunset

Bekijk de complete safari in ons fotoboek!