10 januari 2012

Road Trip Oostkust – Deel 1 (Fraser Island > Byron Bay)

Heel even zagen we een lichte zenuwtrek op het gezicht van de autoverhuurder verschijnen toen we aan kwamen zetten met vijf Hollandse mannen en vrouwen, 5 weekendtassen, 5 handtassen en een surfboard (en de vraag of er misschien later nog een gitaar bij zou passen). Hij wist namelijk allang dat de 'Five seater Britz Safari 4x4 Four Wheel Drive' helemaal niet voor vijf mensen bedoeld was.

Hij wist allang dat er eigenlijk alleen ruimte voor een Aziatisch, vegetarisch, kindloos gezin met een gedeelde weekendtas met unisex kleding was. Hij wist allang dat de reden waarom we een instructiefilmpje van een compleet andere auto te zien kregen was dat de kampeerauto die ons beloofd was het aan zo ongeveer alles wat maar met kamperen te maken had ontbrak. Hij wist allang dat de auto was ingepakt door een tweetal Indische dames die van hun leven nog nooit met bestek gegeten hadden en zich niet konden bedenken dat je voor 5 personen 5 borden, 5 bekers, 5 messen, 5 vorken en – jawel- 5 lepels nodig zou hebben. Je kunt toch best 3 borden, vier messen en twee lepels delen? Hij wist allang dat de bijgeleverde 'vijf persoonstent' eigenlijk twee 'anderhalf persoonstenten' waren en bij iedere zucht wind meer aan een vlieger dan aan een schuilplaats deden denken. Je zag de man al schichtig om zich heen naar vluchtroutes zoeken.  

Maar wat de beste man niet allang wist, was dat de familie Krook vaker gekampeerd had. Heel veel vaker. Dat vader Krook alles van de ultieme stand van tentharingen af wist en moeder Krook standaard met afgezaagde pollepels op vakantie ging om ruimte te besparen en een voorraad van twee weken kleding en eenpansmaaltijden in twee klapkratten wist te persen. Dat wist hij niet. Dat de kinderen Krook getraind zijn in het opvouwen van ledematen en zelfs op de hoedenplank nog gemakkelijk een potje Yahtzee kunnen spelen. Dat +1 Nick het geduld van een reiger bij een vijver heeft en vrijwel moeiteloos drie verschillende aanwijzingen weet te volgen via wegen die op geen enkele kaart aangegeven staan.

En dus gaven we de Britz Man het nakijken toen we al onze spullen naadloos in de Toyota Landcruiser wisten te zuigen en we vrolijk toeterend de hangar uitvlogen op weg naar een groot avontuur langs de oostkust van Australië.

     

Het was niet helemaal zonder reden dat we specifiek déze auto wilden hebben voor onze road trip. Ons eerste deel van de reis bestond namelijk uit het bezoeken van 's werelds grootste zandeiland: Fraser Island. En daar kom je met je Fiat Panda simpelweg niet op. Je moet hier een dikke vierwielaandrijving hebben, want er zijn alleen zandwegen en het grootste gedeelte van de tijd rijd je ook nog eens gewoon op het strand! Verder lopen er overal wilde honden, Dingo's, rond en dus wil je wel de laatste zijn die met zijn auto vast komt te zitten.

Het binnenland van het eiland is bezaaid met meren en dus besloten we bij een van de mooiste, Lake McKenzie, even te ontspannen. Het zonnetje brak door en daardoor werd het meer ineens helder blauw, dus we hebben heerlijk gezwommen en even voelden we ons in een waar paradijs…. Totdat er een enorme cameraploeg op onze lip kwam zitten.

Ze begonnen gelijk met het spelletje 'hoe staren we zo snel mogelijk vervelende toeristen van onze filmlocatie weg' en meldden ons dat we maar beter konden opzouten omdat er een compleet circus in aantocht was. We hebben het nog een half uur volgehouden om onverstoord te blijven liggen zonnen, maar zijn toen toch maar verder gereden, want er was nog een hoop ander natuurschoon op Fraser Island te zien.



     

     
Champagne Pools, Eli Creek, Maheno Shipwreck & Indian Head


Tegen de avond kampeerden we op een van de vele stroken groen aan het strand en kookten we op ons eenpittertje een pasta- en rijstmaaltijd (een avond werd deze aangevuld met ongeveer 100 zwarte torretjes, waarvan de aanvoerder het briljante plan had naar onze gasvlam te vliegen en zichzelf en zijn troepen als kamikazepiloten in te storten. De - helaas - iets meer oplettende torretjes belanden in ons eten – iehw!)

Ook de wilde honden hadden ons al snel in de gaten en een drietal kwam zelfs tot een meter van onze tenten vandaan. Toen Elke een ochtend de tent opendeed stond er eentje met de tanden bloot heel erg betrapt naar haar te kijken – door niets meer dan een vliegenhorretje met een gat erin (want daar hadden ze de avond ervoor al een lekker gat in gebeten). Fijn!

En als klapper op de vuurpijl hebben we in een poging een enorme zandberg op te rijden nog een tijdje flink vastgezeten. Met de aankomende vloed in de nek hijgend hebben we gegraven als een malle en kwamen we met de hulp van een local toch nog het eiland af. Gelukkig maar, want we hadden nog een hoop op onze reisplanning staan!



     

Via het idyllische plaatsje Noosa, waar we het stiekem niet erg vonden geen camping te kunnen vinden en ons heerlijk lieten verzorgen in het Nomads Hostel en een mooie wandeling maakten in het Nationale Park, reden we terug naar Brisbane.  Maar eerst stopten we nog even bij de wereldberoemde dierentuin van Steve Irwin, waar Elke en Wiard voor het eerst in aanraking (letterlijk) met kangoeroes en koala's kwamen. Kodakmomentje!

        

      

      

We brachten een flitsbezoek aan Brisbane, waarbij Wiard een MG-maat ontmoette en Reinout eindelijk zijn droomgitaar kon kopen. Daarna hebben we als teambuilding activiteit het hele kantoor van de Britz lopen verbouwen tot we genoeg bestek, tenten, slaapmatten en kussens hadden voor een betere voortzetting van de reis. Helaas vonden ze het feit dat onze handrem het niet bleek te doen niet dringend genoeg  om een monteur te bellen, dus we hoopten maar dat we niet al te veel hellingen nog zouden tegenkomen.

Omdat we uren bij de Britz kwijt waren besloten we dat ons bezoek aan Brisbane wel weer mooi geweest was en dat we nodig aan vakantie toe waren. Dus reden we in een zucht (nou ja.. behalve dan dat we per ongeluk 4 keer over de tolbrug reden, maar dat even terzijde) door naar 'daar waar het leuk is', oftewel: Hippiedorpje Byron Bay. We hesen ons in badpakken, knoopten surfboarden aan onze enkels en stortten ons massaal in de hoge golven van Main Beach. Licht gefrituurd keken we elkaar aan die avond en tevreden stelden we vast dat we inmiddels genoeg kleur hadden opgedaan om de thuisblijvers jaloers te maken. We jaagden de barbecue nog maar eens extra hard aan en genoten van de zonsondergang, want dat is tenslotte hoe vakantie hoort te zijn!

       


De laatste dag van ons heerlijk ontspannen verblijf in Byron Bay moest Nick helaas weer terug naar Sydney om 'nog even' te werken tot aan de kerst, maar met een surfles waar er daadwerkelijk door iedereen op de plank werd gestaan sloten we dit deel van de reis wel met een ontzettend goed gevoel af.



          









Binnenkort Deel 2 van deze spannende road trip!