27 maart 2012

Van Cervantes naar Kalbarri (en alles ertussen)

Toen de Nederlanders in 1616 voor de eerste keer in West Australië landden, waren ze op z'n zachts gezegd niet erg onder de indruk. Ze noemden het een land waar niets de moeite van het bekijken of meenemen waard was en gingen er sneller weg dan ze gekomen waren (natuurlijk wel na het uitbuiten en uitmoorden van de plaatselijke bevolking, zoals we dat zo goed konden). Gelukkig zijn wij hier niet met een heel groot houten, lekkend en slecht bevoorraad schip ellende gekomen, maar sjezen wij met onze rode monster truck van gek plekje naar vreemd dorpje waar het wél de moeite waard is om over te schrijven.

01

03

02 04

Zo kwamen wij onder andere aan bij uitzichtpunten over idyllische baaitjes, stopten we overal waar we maar rare vogeltjes zagen (we zijn vaak gestopt), reden we om naar een meer waar we bij aankomst lazen dat we bij het betreden van het water goede kans hadden op overlijden (oké, dit was een van onze mindere successen) en kwamen we aan in het niet onaangename plaatsje Geraldton.

Ze hadden er om te beginnen een Coles Supermarkt en dus deden wij een kort dansje. Dit betekent namelijk bevoorrading van ons slagschip: nieuwe potten Nutella, brood dat niet de vorm of textuur van slaghout had en minder dan zes dollar zou kosten, wat exotischer groenten dan alleen tomaat, aardappel en sla en nieuwe koopjesknaller-potten pastasaus. Zoals je merkt, de meeste plaatsjes hier zijn zo klein dat er alleen een (dure) buurtsuper is. Natuurlijk wel met eigen bottle-shop, want als de lokale bevolking daar een dag zonder moet doen, denken we dat ze aan elkaar beginnen te knagen van pure ellende.

05 05b

06b

06 08

07
Na het doorhakken van deze vreemde vrucht bleek het gewoon een meloen te zijn... niks spannends dus!

In Geraldton bezochten we (terwijl we wachtten op een nieuwe koplamp-schakelaar voor de auto) ook nog het plaatselijke strand, oorlogsmonument, kerk en museum, dat zowel gratis als hartstikke boeiend bleek te zijn (veel informatie en vondsten van een aantal VOC-schepen).

10

11

09 12

15

Toen alles in onze auto weer stevig met duct-tape  en siliconen kit aan elkaar geknoopt was (want de mensen zijn hier vaklui hoor!) konden we weer verder en voelden we ons zelf zo zeker dat we een stuk strand meepakten op 'Horrocks Beach' (want we hebben ten slotte een 4 Wheel Drive – of niet dan?). Tja, niet echt dus, want na een half rondje joelen met de handen omhoog zaten we natuurlijk vet vast in het zand.

Graven – rijden – graven – rijden – graven – achteruit rijden – vooruit rijden – graven – achteruit rijden – vooruit… eh… ok, niet meer vooruit… echt vast dus…

Net toen we een alarmpijl wilden afsteken (voor het dramatische effect natuurlijk, want niemand die dat in de wijde omtrek gaat zien, zo afgelegen waren we), kwamen er een stel Australiërs aangecrossed met hun eigen 4WD wagen. Met een biertje in de hand gaven ze ons les in het leeglaten van de banden en het rijden over zand en toen konden we gelukkig weer weg! Wel een nachtje moeten overnachten in dit afgelegen dorp, maar dat hoort bij het avontuur zullen we maar zeggen :)

16

17 18

Je zou denken dat we daarna onze portie pech wel gehad zouden hebben, maar helaas… op de weg van Horrocks Beach naar Kalbarri besloot de koppeling van onze auto het spontaan op te geven. En daar sta je dan, met 10km achter je het gat 'Port Gregory' (lees: een general store en een telefoon cel om even heel hard in te gillen) en pas 60km verderop het volgende fatsoenlijke dorp. *ruimte voor wanhopige, echoënde schreeuw* Toch maar besloten terug naar Port Gregory te rijden (we konden inmiddels niet harder dan 50) en de dames van de general store de rest van de middag te verblijden met ons bezoek (en alle bezoekers uit te lachen, omdat ze allemaal op elkaar leken, haha, zo'n dorp dus!), terwijl we wachtten op de roadside assistance. Wie op de wegenwacht wacht, wacht het langst, ook hier in Australië... Aan het eind van de middag werden we dan eindelijk uit onze droom van 'misschien valt het allemaal mee' geholpen. Met één blik meldde de beste man ons dat de koppeling naar zijn grootje was en dat we naar Kalbarri gesleept moesten worden, een hostel moesten zoeken en daar een paar dagen te wachten. Oh, en bijna 1000 dollar te dokken. Gelukkig kon hij er wel om gniffelen en meldde hij er doodleuk bij dat het hem niet verraste, omdat hij deze auto al eens eerder gezien had!

Om jullie niet zo gek te maken als wij onszelf deden, spoelen we door naar het –gelukkig- iets meer positieve einde van dit verhaal. Het onderdeel bleek de volgende middag al met de vrachtwagen vanuit Geraldton aan te komen en gelijk erin gezet te kunnen worden. Het hostel was erg leuk, met een allervriendelijkst mannetje dat ons elk restaurant en take-away op de kaart uitvoerig beschreef (wij kookten die avond zelf rijst met saté, maakte hem niets uit). En als klap op de vuurpijl hoefden we niets te betalen, omdat het onder de drie maanden warranty van Travelers Autobarn (waar we de auto kochten) viel. Wat een mazzel.

19a

19b

Jullie begrijpen natuurlijk wel dat we hierna een ernstig gesprek gevoerd hebben samen om het laatste deel van onze reis (tussen Broome en Darwin) te heroverwegen. We wilden hier namelijk de 'Gibb River Road' volgen, een keihard 4WD stuk met grote kans op het afbreken van zo mogelijk elk deel van de auto dat uitsteekt. Wij zien het reizen per groot, houten, al dan niet iets wat lekkend, vlaggenschip ineens als een goed alternatief. We zijn vast begonnen met het leren van touwknopen, het naaien van ooglapjes, het leren praten van een plaatselijke papegaai en het bakken van scheepsbeschuit. We houden jullie op de hoogte.

13

14

21
'Pink Lake' bij Port Gregory

22 23